Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Jongens.

Een nam me ’s nachts mee  in de auto door heel Nederland. In zijn auto was ik de deejay, hij de chauffeur. Op de terugtocht viel ik vaak met mijn hoofd op zijn schoot in slaap. Een ander danste met mij, urenlang op een drukke dansvloer. Hij draaide me rond op pompende muziek, tot het leek of ik werd opgetild door mijn blijdschap en de snelheid, het geluk. Er was er een die ’s nachts studeerde  en op wiens grote tafel ik -zittend op het blad- dikke boeken las. Hij zei dat hij met mij wilde  samenwonen maar steeds kwamen er andere meisjes tussen. Een man nam me mee naar het strand waar ik voor het eerst en voor het laatst de zee zag oplichten door duizenden algjes. Eén was erbij toen mijn tranen  een plas vormden tussen mijn voeten op de vloer van de Domkerk. Er was er een die plaatjes draaide en mij steevast begroette met een mengeling van respect en nieuwsgierigheid. Een ander praatte stoer en grof tegen mij maar als we op zijn kamer waren aten we handenv...

Spy Boy.

(fictie, geschreven in 2003) Ik lag op mijn rug op de vloer. Een intense vermoeidheid kroop als pijn vanuit mijn ruggenmerg omhoog. Ik wenste mezelf overal, behalve hier. Er zou een nacht volgen.En daarna nog een nacht. Soms zou je wensen dat je op bepaalde punten in je leven de beschikking had  over een spion. Een wegvoorbereider. Een Spy Boy, die bij het hete vuur de wacht houdt. Een kleine verkenner die alles wat voor je ligt zorgvuldig onderzoekt. Zo’n spion die degene met wie je de kroeg ingaat en waar je later mee op de vuist zult gaan, voor je aanwijst. ‘Deze’ , zal Spy Boy zeggen terwijl hij zonder op te vallen op een onooglijk en oninteressant figuur aan de bar wijst. ’Deze is voor jou’ , zegt Spy Boy.’ Neem hém. Niet aarzelen: doe het’ . En je doet het. En Spy Boy zal het bij het echte eind hebben, Iedere keer weer. God heeft zijn genade aan anderen gegeven. Niet aan mij. Als het om de liefde gaat is mij de onverdeelde aandacht van het hellenrijk ten deel geva...

Dragen.

Iemand sprak deze week haar diepste wens uit. Die was zo mooi, dat ik tranen voelde branden meteen nadat ze haar wens had uitgesproken. Zij wenste dat ze eenmaal gedragen zou kunnen worden door haar vader. De trap op, naar boven naar haar kinderkamer. Naar haar bed. Nooit is dat gebeurd. Nooit, in de werkelijkheid van dit leven hier, is zij door haar vader naar boven gedragen. Niet omdat haar vader dat niet gewild had. Haar vader en zij, dat waren zielsverwanten. Beste vrienden, zonder dat ze dat uitspraken naar elkaar. Duidelijk was dat ze eenzelfde ziel, eenzelfde wezen hadden van binnen. Als het kon, had hij haar elke avond naar boven gedragen. Haar oor tegen zijn borstkas waarachter zijn rustige hart zou hebben geklopt. Haar kinderlijf wiegend met elk van zijn stappen, als lag ze op de bodem van een bootje op een kalme zee. De golfslag van zijn gang die trap op, de hoek nemend, verder omhoog. Tot helemaal in haar zachte kinderbed. Ze is nooit gedragen door hem. Niet fysiek. Wel d...

Sterk.

Het ontbijt was nog niet halverwege, of het eerste kado van deze dag viel me ten deel. De poes bracht het binnen. In haar bek. De jonge koolmees hing -de vleugels gespreid- als een vreemde baard uit de bek van mijn zwart-witte roofdier. In een reflex stond ik op, net als alle andere keren dat de poes een prooi naar binnen bracht. Met één hand pakte ik het zwarte poezen-nekvel, met de ander omsloot ik de bek met daarin het kleine vogeltje. De poes liet los. Tegen mijn vingers sloeg plotseling een kleine hartslag als razend. Ik  liep door naar de voordeur, naar beneden, naar buiten. Pas daar liet ik dat zachte warme los dat tussen mijn hand geklemd had gezeten. Een klein, volmaakt geel-blauw bolletje keek me verontwaardigd aan met oogjes als glas. Het snaveltje ging open en dicht,  een schril geschreeuw sneed door de ochtendlucht. Een van de vleugels hing wat scheef langs het lijfje. Ik duwde het babyvogeltje wat verder onder een struik. En vervolgde boven mijn o...

Levend.

Het was een stille ochtend. De zon liet zich niet zien, de regen evenmin. Toch hing er een benauwde damp over stad. Er was een afwezigheid van alles: van haast, van hectiek, van gezelschap. In mijn auto zette ik de muziek aan. Ik dacht aan haar en zette in een impuls de radio uit. Ik dacht opnieuw aan haar en zet de radio weer aan. Op de plaats van bestemming pakte ik kaars en lucifers en liep door de straat die vernoemd is naar een edelsteen die ‘hoop’ symboliseert. Ik vond het ironisch. Langs de graven van de op de Waalsdorpervlakte gefusilleerden, liep ik naar haar graf. De bloemstukken van twee weken geleden lagen er nog; schokkend verwelkt, dor en verlept. Nergens doet de afwezigheid van leven zich zo gelden als op een kerkhof. Ik keek naar het koperen bordje aan de rand van het graf. Ik las haar naam, zag haar geboortedag staan. Daarnaast haar sterfdatum. De kaars zette ik naast degene die ik anderhalve week geleden plaatste. De eerste lucifer brak af. Met de tweede ontstak ik ...

Droom

Ondanks het feit dat ik in het verleden als tv-redacteur werkte bij Sky High Tv, een adept van de EO, kan ik mijzelf geen christen noemen. Laat staan een praktiserend katholiek. Toch droomde ik twaalf dagen geleden een droom waarin niemand minder dan Jezus Christus voor kwam. In de zeer profane gedaante van een varken, dat dan weer wel. Omdat ik na het wakker worden aantekeningen maakte van zoveel bizars, vond ik deze droom vandaag terug tussen paperassen op tafel. Dit is wat ik droomde, zo staat genoteerd: 'Een varken met twee zakken aan zich gebonden rent druk heen en weer door een mensenmassa. Op mijn vraag wat hij aan ’t doen is, zegt hij: ‘Some people call me Jesus Christ, others call me the mailman’. Het varken brengt post rond via de tassen aan de mensen in de menigte’. Niet alleen droom ik dus in het Engels. En spreek ik in mijn droom met dieren. Ook ben ik kennelijk goed in metafoor-dromen. JC himself als postbezorger. De boodschapper. In de gedaante van een varken. Symb...

Grillaas in de Apenheul.

De Apenheul was gezellig druk. Vlak na de ingang waren er meer loslopende doodshoofdaapjes dan mensen. Na een mooie ochtendwandeling door het bos, het op de arm nemen van een schattige maar sterk riekende doodshoofd-aap en het verorberen van de lunch, was het tijd voor de gorilla’s. We waren net op tijd. Beneden aan de overvolle tribune, vlak voor de gracht die mens van aap onderscheiden moest, stonden twee verzorgsters. Gekleed in een Apenheulgroen-shirt, en uitgerust met een headset zodat elk woord luid en duidelijk hoorbaar was zelfs bovenin, vertelden zij over de groep apen  die gewillig plaats had genomen tegenover de tribune voor dit dagelijks terugkerende ritueel. Voedertijd was het. En  gelukkig konden beide verzorgsters uitstekend multi-tasken . Zo kon de een uitleg geven, grapjes maken en fruit en groente gooien over de gracht richting gorillas. Terwijl de ander vergeefs met de afstandsbediening poogde het verhaal van de een gelijk te laten lopen met een f...