Van waar ik zat, zag ik het gebeuren.
De enkel die een volledige rotatie maakte.
Een verzwikking van 360°.
Onmogelijk voor een gezond lichaam zonder de enkelbanden volledig te scheuren
of botten te breken.
Wel degelijk mogelijk voor een lichaam als het hare.
En het mijne.
Na de verzwikking zakte haar lichaam in een trage val voorover. Op handen en
knieën landde ze. Het lukte haar niet om overeind te komen.
Het personeel stond er letterlijk bij en keek ernaar.
Het was onvoorstelbaar dat een jonge vrouw als zij niet meer overeind zou
kunnen komen.
Na enige aarzeling werd ze dan toch omhoog geholpen en op een stoel gezet.
Zilveren splints glinsterden aan haar handen. Nu wist ik het zeker.
Ik was in zes passen bij haar.
Vroeg haar of zij leed aan dezelfde zeldzame ziekte als ik.
Ze was volledig overrompeld door mijn vraag en zei ‘Hoe weet je dat?’.
Ik beschreef haar val en de wijze waarop haar enkel zich had verzwikt. Precies
zoals ik drie jaar geleden een eenvoudige misstap had gemaakt in Lissabon.
Waarmee ik doorgelopen had.
Wat had geresulteerd in een drie jaar lang
durende scheefstand van een bot in mijn voet. Die al die jaren snerpende pijn
had veroorzaakt in mijn middenvoetsbeentjes en enkel.
Bij elke stap.
Elke stap.
Drie maal 365 dagen lang.
Ik vroeg om ijs bij de serveerster.
Ze gaf aan dat ze pijn in haar handen en haar knieën had, de plekken waar ze
haar val had opgevangen.
Ik keek in een smal gezicht, met prachtige donkere ogen en lang zwart krullend
haar.
Ze bleef maar herhalen dat ze haar gympen in haar auto had laten liggen omdat zij
mooie schoenen aan had gewild.
En hoe dom dat was geweest van haar.
Ze schudde haar hoofd terwijl ze haar rechterhand zachtjes masseerde met haar
linker.
Ik zag tranen opwellen in haar ogen.
Ik kende deze mix van wanhoop, woede, frustratie en verdriet om alles wat kapot
was aan dat lichaam dat maar niet leek te willen luisteren noch normaal wilde functioneren.
Met orgaanfalen, blood-poolling, evenwichtsstoornissen en vallen tot gevolg. Blessures
aan gewrichten waar je maanden van moest herstellen. Een onvoorstelbare fysieke
sores die voor gezonde mensen niet in-denkbaar is.
Ze wees op haar vriendje buiten, en ze wees op haar schoenen.
Ik begreep
het helemaal.
Ze had zich mooi aangekleed voor hem en die vermaledijde sneakers
in de auto gelegd.
We vergeleken de schade aan onze handen.
Ik wees haar op mijn witte gympen en
zei: ‘Buiten is het 34 graden en ik heb mijn sneakers aan. Geen toffe slippers.Het is niet anders’.
Iemand van het personeel haalde haar vriendje van het terras. Die dacht dat ze
gewoon wat tijd had genomen om naar toilet te gaan.
Hij hielp haar het ijs
tegen haar knie te drukken.
Later was ze toch naar hun tafel op het terras teruggekeerd.
Daar zat ze geanimeerd
met hem te praten.
Een gewoon meisje van een jaar of vijfentwintig.
Knap
gezicht, porseleinen bleke huid.
Niks meer te zien van het zwikken en vallen.
Van buiten ongeschonden, van binnen al kapot.
Hoe kapot ze zou zijn als ze mijn
leeftijd zou hebben heb ik haar niet verteld.
Maar mijn handen spraken
boekdelen.
Lotgenotencontact.
In een etablissement genaamd Down Under.
Toepasselijker werd het niet.

Reacties
Een reactie posten