Van waar ik zat, zag ik het gebeuren. De enkel die een volledige rotatie maakte. Een verzwikking van 360°. Onmogelijk voor een gezond lichaam zonder de enkelbanden volledig te scheuren of botten te breken. Wel degelijk mogelijk voor een lichaam als het hare. En het mijne. Na de verzwikking zakte haar lichaam in een trage val voorover. Op handen en knieën landde ze. Het lukte haar niet om overeind te komen. Het personeel stond er letterlijk bij en keek ernaar. Het was onvoorstelbaar dat een jonge vrouw als zij niet meer overeind zou kunnen komen. Na enige aarzeling werd ze dan toch omhoog geholpen en op een stoel gezet. Zilveren splints glinsterden aan haar handen. Nu wist ik het zeker. Ik was in zes passen bij haar. Vroeg haar of zij leed aan dezelfde zeldzame ziekte als ik. Ze was volledig overrompeld door mijn vraag en ze i ‘Hoe weet je dat?’. Ik beschreef haar val en de wijze waarop haar enkel zich had verzwikt. Precies zoals ik drie jaar gel...
In het grootste winkelcentrum van Nederland was het kapot warm. Een dakloze vrouw, twee grote zware shoppers torsend, liep voor me uit de draaideur door. Haar voeten gestoken in volledig versleten plastic slippers. Op de rand van de bloembak voor de Hema ging ze even zitten. Ik passeerde haar. En keerde op mijn schreden weer terug. Ging schuin voor haar staan en vroeg of ik iets voor haar kon halen bij de Albert Heijn. Twee donkere ogen keken mij aan. Een klein, fijn gezichtje, een mond zonder tanden. Leeftijdsloos. Ergens tussen de veertig en de tachtig was ze. Een polyester pruik was met een kleurige doek op haar hoofd vastgemaakt. Ze dacht heel lang na over mijn vraag. Ik vulde mijn aanbod aan: ‘Iets drinken misschien want het is heel erg warm. Of iets te eten. Wat zou je graag willen?' Het was een vraag die haar lang niet was gesteld. Want het antwoord bleef uit. Ze stamelde langdurige het woord ‘misschien’ in allerlei toonaarden ...