Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Onmacht.

  Sommige relaties zijn een testament van hoe liefde kan opbloeien. In tijden van oorlog. Maar ook zijn ze een vertelling die laten zien dat je liefde nooit kunt afdwingen of gijzelen. In Isabel Allendes’ boek Het Huis met de Geesten ontdekt de hoofdpersoon Esteban Trueba dat macht en onmacht in de liefde hand in de hand gaan. Deze roman toont dat er twee totaal verschillende manieren van houden van bestaan die naast elkaar kunnen leven. Waartussen een diepe kloof bestaat. Terwijl er tegelijkertijd toch sprake is van een grote, diepe liefde tussen twee mensen.   Drie grote thema’s komen aan bod in dit epische boek. Het eerste is het absolute bezit tegenover innerlijke vrijheid.   Hoofdpersoon Estaban wil alles bezitten en controleren: zijn landgoed, zijn geld, zijn politieke macht én het hart van zijn grote liefde Clara. Liefde is voor hem iets wat hij kan afdwingen, eisen of kopen. Clara daarentegen is een spirituele, soevereine vrouw. Zij is volkomen auto...
Recente posts

Tic.

  Er was de doordringende manier van door de leerkracht heen praten. Zodra deze het woord nam, snerpte haar stem door het lokaal. Met raadselachtige vragen die niet echt met het onderwerp van doen hadden. Haar kleine oogjes keken pinnig vanachter de bril. Vreemde vragen, op vreemde momenten. Tijdens de nabespreking kon ze niet wachten om vanzelf te weten te komen tegen welke leerling de leerkracht sprak. Steeds kwam haar vraag onmiddellijk en opnieuw door de leerkracht heen: Over wie gaat dit? Gevolgd door een luid: oh . Driemaal had ze mij aangetikt. Steeds opnieuw van achter, als een sluipschutter. Een droge tik op mijn monnikskap-spier. Drie vragen, even voor de hand liggend als het antwoord. Bij de vierde maal dat haar benige vinger onverwacht en hard tegen mijn rug tikte zei ik: ‘U raakt mij steeds aan. Ik vind dat niet prettig. Wilt u dat niet meer doen?’ De kraaloogjes keken mij geschrokken aan. Plotseling ontwapend. Een mond in de vorm van een rondje. 'Oh...

Tuinieren.

   Aan de rand van mijn tuin staan sinds jaar en dag mensen. Zij zien de seizoenen wisselen, aanschouwen het tot bloei komen van de grote witte, blauwe en roze hortensia’s. Zien mij schrijven aan de tuintafel. Vanuit de schaduw van de bomenrij die ze rugdekking geeft, observeren zij hoe ik aan het eind van hete zomerdagen de druif, de olijven, de oleander en de Wisteria water geef. Decennia volgen zij mijn sporen. Ze kennen de cadeaus van mijn gedachten. Lezen de titels van mijn portretten. Zien het licht verschuiven over de muren van mijn huis waarin ik workshops geef. Toch wordt er nooit een woord gewisseld. In de tuin heerst schemer. Herfstige vroege schemer die de dagen korter en de avonden langer zal gaan maken. Het zal moeilijker worden voor mij de schimmen langs de bomenrij gade te slaan.  Maar dat hoeft ook niet.  Net als in een theaterzaal waarin het publiek onzichtbaar is vanaf het podium, merk je aan het ademhalen in de ruimte dat nieman...

Geel

  Ze had een okergeel hansopje aan.  Een ouderwets woord voor een kledingstuk dat bij peuters helemaal nooit uit de mode is geraakt. Eronder droeg ze een wit shirtje met daarop ferme aardbeien geborduurd.  Haar krullende haar was door haar moeder in enkele recht opstaande staartjes gecoiffeerd. Het was of uit haar ernstige hoofdje vrolijke, bruine fonteintjes ontsprongen.  De moeder droeg een matgeel T-shirt.  En hield de linkerhand uitgestrekt.  Naar beneden.  Zodat het kleine meisje haar hand kon vasthouden. Zo wandelden zij samen richting de Intertoys.  Het kind raapte de grote, gele bladeren op die van de platanen waren gevallen.  De herfst zet vroeg in dit jaar, vanwege de enorme hitte die de bomen te verduren hadden gekregen.  De stoep op de Slotlaan lag bezaaid met dorre bladeren in alle schakeringen: van lichtgroen, naar geel tot bruin.  Het boeket bladeren in de peuterknuist zwol aan.  Maar dat niet alleen: in een p...

Val.

   Van waar ik zat, zag ik het gebeuren. De enkel die een volledige rotatie maakte. Een verzwikking van 360°. Onmogelijk voor een gezond lichaam zonder de enkelbanden volledig te scheuren of botten te breken. Wel degelijk mogelijk voor een lichaam als het hare. En het mijne. Na de verzwikking zakte haar lichaam in een trage val voorover. Op handen en knieën landde ze. Het lukte haar niet om overeind te komen. Het personeel stond er letterlijk bij en keek ernaar. Het was onvoorstelbaar dat een jonge vrouw als zij niet meer overeind zou kunnen komen. Na enige aarzeling werd ze dan toch omhoog geholpen en op een stoel gezet. Zilveren splints glinsterden aan haar handen. Nu wist ik het zeker. Ik was in zes passen bij haar. Vroeg haar of zij leed aan dezelfde zeldzame ziekte als ik. Ze was volledig overrompeld door mijn vraag en ze i ‘Hoe weet je dat?’. Ik beschreef haar val en de wijze waarop haar enkel zich had verzwikt. Precies zoals ik drie jaar gel...

Fijn.

   In het grootste winkelcentrum van Nederland was het kapot warm. Een dakloze vrouw, twee grote zware shoppers torsend, liep voor me uit de draaideur door.  Haar voeten gestoken in volledig versleten plastic slippers. Op de rand van de bloembak voor de Hema ging ze even zitten. Ik passeerde haar. En keerde op mijn schreden weer terug. Ging schuin voor haar staan en vroeg of ik iets voor haar kon halen bij de  Albert Heijn. Twee donkere ogen keken mij aan. Een klein, fijn gezichtje, een mond zonder tanden. Leeftijdsloos. Ergens tussen de veertig en de tachtig was ze. Een polyester pruik was met een kleurige doek op haar hoofd vastgemaakt. Ze dacht heel lang na over mijn vraag. Ik vulde mijn aanbod aan: ‘Iets drinken misschien want het is heel erg warm. Of iets te eten. Wat zou je graag willen?' Het was een vraag die haar lang niet was gesteld. Want het antwoord bleef uit. Ze stamelde langdurige het woord ‘misschien’ in allerlei toonaarden ...

Van de eekhoorn en de olifant.

  De dag nadat de wereld vergaan was, was het medium druk in boekhandel Kramer en van Doorn. Vanwege de hitte, die het apocalyptische onweer van de nacht ervoor niet had weten te verdrijven, zat alle clientèle binnen. Plotseling verstoorde motorgeronk de zaterdagmiddagrust. Tientallen motoren reden in een lange optocht over de Slotlaan. Het was een bonte stoet. Grote kerels met leren mouwloze vesten en vossenstaarten aan het stuur. Pothelmen zag ik, blote biceps. Leren broeken. Een als kerstman verklede motorrijder. De optocht reed in de brandende hitte plotsklaps en snel aan Cartney voorbij. Voorop al die motoren zaten onveranderlijk Hele Stoere Kerels. Klassieke bikers waren het: gezichtsbeharing in diverse soorten en maten maar onveranderlijk allemaal met een zwart shirt, blote armen, de ellenbogen wijd gezet om het geheel nog meer kracht bij te zetten.  Achterop een divers pluimage aan mannen, vrouwen en kinderen. Bijna allemaal met een zonnebril op. Sommige...