Ik heb het eerder gedaan.
Opzij kijken.
Weg van wat er werkelijk toe deed.
Ik zag het wel.
Niets ontsnapte aan mijn aandacht.
Zelfs vanuit mijn ooghoeken nam ik alles waar.
Ik hoefde er niet echt naar te kijken.
Om te weten wat er aan de hand was om mij heen.
Maar ernaar handelen.
Dat deed ik pas toen de kunst van het wegkijken lang genoeg had geduurd.
Al die tijd had ik alles wat ik voelde gecoördineerd.
Langs de innerlijke meetlat gelegd.
Op de waagschaal gewogen.
Van buiten leek het op losjes observeren.
Van binnen werd alles eerst correct geordend.
Dan geplaatst.
Waarna ik vervolgens plotseling richting koos.
Om daarna los te breken.
Wanneer ik ontsnap, kijk ik niet meer de andere kant op.
Dan zijn mijn ogen geopend, gericht op het doel.
Ik kom vrij.
En vind mijn natuurlijke vorm.
Los van alles.
Thuis bij mijzelf.
Vergis je niet in de kunst van het wegkijken.
Het geeft je kostbare tijd.
Tot reflecteren.
En luisteren naar je intuïtie.
Het kunnen aangaan van een innerlijke monoloog.
Waarin al dat vermeende wegkijken de blik richt op wat er werkelijk toe doet.
De voorbereiding is op de terugkeer naar jezelf.
En hoe dit pad in te slaan.
Zonder andere mensen te breken.
Tijd is soms je beste vriend.
Je ogen sluiten voor wat voor je ligt, ook.
Dat is de kunst van het wegkijken.
Voordat je je ogen opent.
En je vleugels weer spreidt.
(foto 1 maart 2011)

Reacties
Een reactie posten