De dag nadat de wereld vergaan was, was het medium druk in boekhandel Kramer en van Doorn.
Vanwege de hitte, die het apocalyptische onweer van de nacht ervoor niet
had weten te verdrijven, zat alle clientèle binnen.
Plotseling verstoorde motorgeronk de zaterdagmiddagrust.
Tientallen motoren reden in een lange optocht over de Slotlaan. Het was een
bonte stoet. Grote kerels met leren mouwloze vesten en vossenstaarten aan het
stuur.
Pothelmen zag ik, blote biceps.
Leren broeken.
Een als kerstman verklede motorrijder.
De optocht reed in de brandende hitte plotsklaps en snel aan Cartney voorbij.
Voorop al die motoren zaten onveranderlijk Hele Stoere Kerels.
Klassieke bikers waren het: gezichtsbeharing
in diverse soorten en maten maar onveranderlijk allemaal met een zwart shirt,
blote armen, de ellenbogen wijd gezet om het geheel nog meer kracht bij te
zetten.
Achterop een divers pluimage aan mannen, vrouwen en kinderen. Bijna
allemaal met een zonnebril op. Sommigen met een ooglap.
In Kramer en van Doorn staakte de vrouw aan het tafeltje naast mij abrupt het
drinken van haar latte macchiato.
‘Ach’, zei ze.
Als een verbaast eekhoorntje zat ze eventjes, verstijfd,
die kleine bleke handen voor de borstkas.
Het korte haar in de vorm van een pimpelmeeskopje geknipt.
Zo, in deze bidhouding bekeek zij de ronkende optocht op de Slotlaan.
‘Ik wist niet dat ze vandáág zouden komen’, zei ze tegen niemand in het bijzonder. En
tegen zichzelf in het algemeen.
Ze doelde op het feit dat Stichting Blind Elephant vandaag het centrum van Zeist
doorkruiste. Een stichting van motorrijders die activiteiten organiseert voor
blinden en slechtzienden. Die aldus, gezeten op een trike, in een zijspan of
simpelweg achterop een grote motor op tournee kunnen.
Vandaag, in de bloed-geslagen hitte, was het file rijden over de Zeister
winkelstraat. Alle bijrijders waren in zomers tenue gestoken.
Ik zag achterop een van de trikes een meisje van een jaar of twaalf met fel
blond haar en een knalroze shirt. Een grote zonnebril op haar gezicht kon niet
verhullen dat zij een grote pleister over haar linkeroog droeg.
De in honderd procent polyester kerstmantenue gestoken motorrijder wiste
het zweet van zijn voorhoofd toen het stoplicht bij Apotheek Van Zanten op rood
ging en de hele stoet lang moest wachten.
Ik stelde me voor hoe machtig het moet voelen als je weinig tot niets kunt zien,
maar vervoerd wordt op een ronkende motor. De warme wind door je haren voelt, het
claxonneren kunt horen naar de soms applaudisserende omstanders. Hoe lekker dat
moet zijn: onder je een trillend beest te voelen waarop je vorstelijk vervoerd
wordt op een van de mooiste zomerdagen. Terwijl het nog maar pas lente was.
Blind Elephant reed voorbij bijna alle
sponsoren en donateurs: Bakkerij Van der Woerd, Blink en Bloemetje.
Maar de grootste fan zat achter de ramen van Kramer en van Doorn.
Het was dat haar latte zojuist geserveerd was. Met het koekje en de
noga.
Anders was ze buiten gaan staan.
Zoals zij dat dat elk jaar deed.
Nu keek ze in eerbiedige stilte vanuit de koelte door de ruiten naar buiten.
Heel haar wezen gericht op al die talloze blinde en slechtziende mensen achter
op de motoren.
Het was van een ontroerende schoonheid.
De vrouw.
Zowel als de optocht.

Reacties
Een reactie posten