Er zijn zinnen die ooit in mijn leven tot mij zijn gekomen en die mij nooit verlaten hebben.
Ze komen naar voren uit de krochten van mijn geest op de momenten dat ik ze
het hardste nodig heb.
Vanmiddag kwam de zin ‘noli me tangere’ in mijn hoofd. Plotseling en zonder
aanleiding.
Ik herinnerde mij daardoor de eerste keer
dat ik deze zin las.
Het was 1992, een cruciaal jaar in vele opzichten.
De eerste maal dat mijn hart gebroken zou worden en zeker niet de laatste maal.
Deze zin las ik dat jaar, in het diepst van mijn liefdesverdriet.
Noli me tangere betekent letterlijk ‘raak mij niet aan’.
Het was bijzonder toepasselijk- toen- dat ik deze zin las en dat hij zo diep in mij resoneerde.
Ik wilde niet meer aangeraakt worden door degene die mijn hart in duizend stukken had gebroken.
Ook al probeerde hij het daarna wel.
Mij nog aanraken.
En mij nog verder breken.
Noli me tangere was een prachtige zin met een mystieke klank en een oerbetekenis die ik nog helemaal niet kon bevatten. Op dat moment.
Later begreep ik wat deze zin betekent.
Het is een Latijnse zin die 'raak me niet aan' of 'houd me niet vast' betekent.
En het is de vertaling van de woorden die volgens de Bijbel door
Jezus gesproken worden tegen Maria Magdalena, wanneer zij Hem herkent na zijn
verrijzenis.
Door deze zin geeft Jezus aan dat zodra de opstanding is voltooid, de band
tussen de mens en de persoon Jezus niet langer fysiek moet zijn. Maar een band
van hart tot hart moet worden.
Hij móet deze kloof tot stand brengen, zij móet begrijpen dat de enige mogelijke weg door het geloof is. Dat handen de persoon niet kunnen bereiken.
En dat het van binnenuit is, van binnenuit alleen, dat men Jezus kan benaderen.
Noli me tangere betekent letterlijk ‘klamp je niet aan mij vast’.
Nog voor ik de reikwijdte van deze zin in 1992 kon bevatten, zette de gedachte zich in mij vast dat het beter was voor mij en iedereen als ik mij niet meer zou verbinden aan een ander.
Maar ik deed het wel.
Met hart en ziel.
Vol overgave.
Telkens weer.
Maar altijd met een klein kiertje in dat grote hart van mij.
Zodat ik ontsnappen kon.
Terug naar mijzelf.
Een vastberaden solist, een vechter, een leider en een op zichzelf staande entiteit.
Een onaanraakbare.
Wiens enige weg door het hart van binnenuit is en van binnenuit alleen.
Geen verlating of schending heeft mijn hart na 1992 kapot weten te maken.
Klamp je niet aan mij vast.
Want dat doe ik ook niet.
Je wordt nooit in een storm geplaatst om je te breken.
Je wordt in een storm geplaatst om vrij te komen.
Vastklampen is geen vrijheid, noch liefde .
En het is waar.
De enige weg naar liefde -die voor jezelf of een ander- is van binnen uit.
Om jezelf.
En voor jezelf.

Reacties
Een reactie posten