Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

As.

  De boom was er nog. Natuurlijk was die er nog. Ik drukte de vaas met de pijlpuntige pin in het gras tussen de wortels van de den. Ik schikte mijn gele rozen naast de pioenrozen van mijn zus. Precies dezelfde gele rozen als vorig jaar, maar dan anders. Deze waren in rust gekocht. Die van vorig jaar in een impuls van mijn keukentafel gepakt, zo uit de vaas. In haast, schok, verdriet. Om ze zestig kilometer verderop neer te zetten naast het bed waarin mijn moeder lag. In haar slaap overleden. Uiteindelijk in haar slaap overleden. Gele roosjes. Ik keek naar de boom, de dennenappels en het ruwe gras waar maanden terug,  op net zo’n zonnige dag, haar as was geland. Ik bekeek de boterbloemen en madeliefjes. Zag een duif die scharrelde over dat vermaledijde, prachtige veld. Bekeek de boom, zijn wortels, het gras. Ik zocht mijn moeder. Maar vond haar niet.

Monoloog 4.

  Als je geboren wordt, ik bedoel, vlak ervoor, dat is de meest bepalende beleving van elk mens, denk je niet? En toch herinneren we ons er niets van. Maar die eerste ervaring van elk menselijk wezen is universeel: een te nauwe doorgang. Als een laag abces, tegen anaal, dat op exploderen staat.  Die claustrofobische ervaring zou nederig moeten stemmen. Maar dat doet het niet. De meeste mensen leven met de voortdurende drang naar meer. Een honger die brandt. En er zijn geen grenzen. Omhoog, omhoog willen ze, de kinderen van de nacht. Erop af! En ze hebben ergens gelijk. Het is nu of nooit. Dat moet je toch met me eens zijn? Zo donker als het hier is. Morgen kan het zomaar te laat zijn. Wordt er bijvoorbeeld nog gewacht tegenwoordig? Alles is zo laag bij de gronds. Weinig jonge dieren. Weinig geluk. We moeten afstand nemen, jij en ik.  Zeg eens iets. Ik heb er spijt van. Dat wilde ik je nog zeggen. En toch heb ik het niet expres gedaan. Het is belangrijk...

P.

Haar stem, door de telefoon, deed hem denken aan iemand anders.  Haar aa ’s waren langgerekt met een scherp randje. Ze lachte veel. De eerste keren dacht hij dat ze stilviel, middenin hun gesprek.  Later begreep hij   dat het de stilte voor het lachen was. Eerst haalde ze geluidloos adem en dan zwol al dat lachen aan.  Hij glimlachte steeds, als hij haar dan uiteindelijk naar adem hoorde happen. Als hij met haar belde, altijd vanuit de beslotenheid van zijn auto, stelde hij zich haar gezicht voor. Hij had haar zo’n twintig keer gebeld, misschien zestig keer ge-smst, en vele keren gemaild.  Het was of hij haar al jaren kende. Er was een vreemd soort vertrouwdheid in de manier waarop ze met elkaar praatten. Toch was het pas anderhalve week aan de gang. En had hij haar nog maar twee keer gezien. De eerste keer was in het halfdonker van een nachtclub, hun beider blik vertroebeld door drugs.  Hij herinnerde zich de vorm van haar mond en haar ...

Dingen.

Dingen die er toe doen: kleine diertjes die zoet ruiken de zon uitzicht warm water goed kijken goed luisteren handen op je huid het hart dat een slag overslaat cappuccino met teveel melk alleen zijn in de stilte liggen op de grond tussen slapen en waken in op de bank liggen op zaterdagmiddag met je vrienden zijn lopen met muziek in je oren  lopen zonder muziek in je oren van je kind houden zoveel je kunt  nieuwe dingen oude dingen verwachtingen die uitkomen groeien nadenken niet nadenken een jeans die oud en zacht is rafels aan een truitje de bewegende neusjes van knaagdieren polders wind langs je gezicht verdwijnen verschijnen geluiden van buiten, op straat van je kind houden, uit alle macht thuiskomen weggaan verwachtingen die niet uitkomen tulpen clichĂ©s aardig zijn tegen mensen van je kind houden, Almachtige vergeving vergetelheid hoop afstand de nuance witte t shirts de ...

Dag.

Meisje M. draagt de plastic giraffe die ze gister van Meisje I. ontving, met verve in haar mond naar school. Vannacht kroop ze bij me in bed omdat ze bang was voor de wolf die ze bij Meisje I. thuis had gezien, op de zolder. Naast mij sliep ze verder, schokkend en trappend in haar slaap. Vanmorgen kuste ik haar wakker, de poes snuffelde gelijktijdig in haar haren. Bij het ontbijt was De Wolf het onstopbare thema. Nu lopen we op het schoolplein en wachten we voor de deur. Haar zachte hand in de mijne. Ze drukt haar neust in mijn wollen sjaal en wil in stilte geknuffeld worden. Ik hurk en neem haar op schoot. Voor de voordeur van de school. Rondom ons een woud van benen. In de klas plaatjes van lente-bloemen op de grond.  Ook de ‘ kokrus’ is erbij. Met de giraffe in haar mond lacht ze luid wanneer haar klasgenoot deze bloem de krokodilbloem noemt. W. vertelt me in de klas, met haar baby op de arm, hoe het haar vergaat. Een van haar beste vriende...

Huis.

  In de kerk deed Meisje M. haar jas uit en begaf zich naar de kaarsjes . In de op het altaar opengeslagen Bijbel las ik een stuk over de dood. Over de bedoeling ervan, zoals in het klassieke woord van God beschreven staat. Het was teveel. In te korte tijd. Het duizelde mij. Ik wees Meisje M. op een Mariabeeld. ‘ Dat is Jezus’ , zei ze hardop terwijl ze met een groezelige zojuist-van-school-vinger naar het kind op de arm van het beeld wees. Achter ons ging de deur open. ‘Mama! ’ zei Meisje M. dringend. En ze legde haar vinger op mijn lippen. ‘ Ja goed zo’ zei ik zachtjes in haar haren, ‘ nu moeten we fluisteren want nu zijn we niet meer alleen hier’. Ik keek even om. In die halve seconde was een man met een grijze jas, grijze bolhoed en lang vettig haar de deur in gekomen en er weer uitgeglipt. Ik kon nog net zijn rug zien. En een briefje dat op de achterste bank van de kerk lag. Dat lag daar eerder nog niet. Meisje M. stak haar eigen...

Wachten.

  Deze dagen sliep ik in het bed van iemand anders. Ik keek naar de duif op het nest. At chips en broodjes in bed, keek een film waarnaar ik lang had verlangd met acteur Tommy Lee Jones in de hoofdrol. Aaide de zwarte poes die blij was dat ik thuis was. Keek naar de nieuwe planten op het balkon. Hield zijn hand losjes vast. Stak kaarsen aan en at salade en vis. Ik huilde om de dood van mijn moeder. Ik huilde om het gemis van haar. Voelde hoe zijn handen mijn rug streelden tot ik gewichtloos werd en wegzweefde. Ik probeerde ruim een uur te converseren in het Spaans. Zomaar. Om te oefenen. Dit is wat ik zei: ‘ Mis lágrimas son un regalo para ti’. Ik zal nooit zijn reactie vergeten. Daarna danste ik met hem in mijn huiskamer. Deze dagen schreef ik een stuk op mijn computer. Een lang stuk. Ik luisterde naar de Mattheus Passion. Ik kleurde met acrylverf geconcentreerd de tekeningen van Meisje M in, die ze maakte in het prentenboek dat we s...