Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Al.

  Er is een kracht buiten het ego en buiten de wil om. In de  momenten dat je echt in het hier en nu verkeert, ontmoet je die kracht. Op deze plek woont je werkelijke zelf. Hier ontdek je dat er een wereld ligt voorbij datgene waarvan jij denkt dat het je persoonlijkheid is. Dat er meer bestaat dan de mentale constructie die je maakte van jeugd, verleden, verbroken relaties. Dat je niet je gedachten bent. Sterker nog: dat dat hele bouwwerk van wie jij denkt dat je dat bent, slechts een manier is om je in een schijnwerkelijkheid staande te houden. Die kracht buiten je ego en je wil om, is de essentie van wie je echt bent. Een fluïde geheel. Altijd in contact met de mensen om je heen, of die nu dood zijn of levend, aanwezig of afwezig. In die bron is alles: geen oordeel. Alleen liefde. En de onmetelijke mogelijkheid tot worden wie je echt bent. Voorbij slachtofferschap, rancune, ressentiment.

Intentie.

    ‘Kinderen die vragen, worden overgeslagen’ luidde het adagium toen ik jong was. Wanneer ik bonbons voorbij zag komen en van geluk vergat dat er anderen waren die eerst mochten kiezen, hoorde ik deze zin. Uitgesproken met de bedoeling schaamte te brengen. Met succes. Kleiner dan op zulke momenten voelde ik me niet. Het is een van de meest fnuikende zinnen die je als mens kunt horen. En bovendien klopt hij niet. Want vragen staat vrij. Kinderen die vragen ontdekken, hebben hun nieuwsgierigheid aan staan, willen zich de wereld eigen maken, vragen om hulp en leren hoe ze kunnen krijgen wat ze graag hebben willen.     Iets vragen om iets te krijgen, kan ook zonder anderen erbij. Door in je hoofd een intentie te zetten. Het is een voornemen dat je in je hoofd creëert. Een vraag over een ervaring waarvan je graag wil dat die gebeurd. Een intentie is gericht op actie en op beleving. En is gekoppeld aan de dingen die écht belangrijk voor je z...

Baudet.

  'Wil jij dat je zus met een neger thuiskomt?' whatsappt Thierry Baudet aan twee mensen op zijn kandidatenlijst. 'Hell no!' is hun antwoord. Beste Thierry, Ik ben die zus die met een 'neger' is thuisgekomen. Van alle relaties die ik in mijn leven had, is deze 'neger' met afstand de beste levenspartner die ik me wensen kan. Hij is de betrouwbaarste, oprechtste, liefhebbendste en prettigste partner die ik had. Ik hoop dat ik met deze 'neger' de eindstreep haal en een van ons de ander voor het laatst gedag zegt. Hiervoor had ik relaties met 'blanken'. Die waren ook best leuk. Maar absoluut niet zo liefhebbend, gelijkwaardig en humorvol als die met deze 'neger'. Dat gezegd hebbende: de mensheid indelen op kleur of ras is zó anno 1862. Dat was namelijk het laatste jaar voor de afschaffing van de slavernij. Waarin 'blanken' de 'negers' onderdrukten met hun übermensch-gedragingen. Mocht ik kiezen, dan koos ik opnieuw v...

Klein.

 Samuel Little is dood. Hij vermoordde tussen 1970 en 2005 in de Verenigde Staten meer dan negentig vrouwen. Daarmee kon hij zo lang ongestoord wegkomen, omdat bijna al zijn slachtoffers voornamelijk jonge, kwetsbare zwarte vrouwen  waren. Onder hen waren veel prostituees en drugsverslaafden. Daardoor kreeg hun dood destijds weinig publiciteit. Soms werd de moord niet geregistreerd als de doodsoorzaak maar overdosis, een ongeluk of onbekende doodsoorzaak. Dat was exact wat de seriemoordenaar beoogde: Little richtte zijn daden doelbewust op  hoeren, drugsverslaafden en andere vrouwen van wie hij vermoedde dat die niet gemist zouden worden. Met succes.Hij bewoog zich ongestoord als een roofdier door meerdere staten en wurgde drieënnegentig vrouwen met zijn blote handen. Grote handen waren het. Met lange vingers. Je stelt je voor dat het niet moeilijk was ze samen te doen komen rond de nek van een vrouw. En te knijpen, drukken, duwen. Tot de dood erop volgde. Drieënnegentig ...

Ziel.

 In mijn droom pleegde mijn vader, die vijf jaar geleden overleed aan de gevolgen van een herseninfarct, zelfmoord. Voordat hij dat deed in de duisternis van mijn slapende geest, bracht hij al zijn persoonlijke spullen naar de kringloop. Dat hij dat gedaan had bleek uit een briefje dat degene -die met mijn droom-zelf aanwezig was na zijn suïcide- vond in de kamer waarin hij zich van het leven had beloofd. In het briefje stond ook dat mijn vader de prachtige oude smeedijzeren ketel die in het echte leven van mijn moeder geweest was, had weggegooid. ‘Daar was ook al eens een trap tegen gegeven’ zo luidde de verklaring in zijn brief, daarover. In mijn droom was ik verbijsterd over zijn daad. Verdriet scheurde mijn hart in tweeën, zoals het in het echt geweest was, vijf jaar terug. De andere aanwezige lag onverstoorbaar op het okergele matras waarop het lichaam van mijn vader gevonden was. Het hoofd op de vlekken. Onverschillig. Onverstoorbaar. Ik zat op de bank aan het voeteneinde van...

Dag.

  Vandaag was een grauwe dag. Dunne mist hing haast onzichtbaar tussen de auto’s op straat, weefde zich tussen de kalende takken van de bomen en struiken in de tuin. Het beloofde een saaie dag te worden. Maar dat werd het niet. Vandaag bleek een vriend besmet met corona. De hond van de buurman blafte vanmiddag hard tegen de poes die vanachter het raam stoïcijns naar het wild blaffende beestje bleef staren. In de kringloop stond een prachtige ets in turquoise en bruin op mij te wachten.  Ik kreeg een idee. En daarna nog een. Op straat bracht een operazanger vanaf zijn balkon een serenade in het Italiaans aan zijn vriendin die onder zijn huis haar fiets parkeerde. De liefde tussen hen spatte tegen de gevel uiteen in duizend stukjes. Met de post kwam een pakje met daarin het liefste kadootje ooit. Dat volgende week zijn bestemming vinden zal. En mijn kind. Mijn kind omhelsde mij bij het afscheid, vanmiddag. En maakte zich na even van mij los met de woorden: 'En nou ga ik weg ande...

Schaduw.

  Je hebt het mij nooit gevraagd. Maar ik volgde jou altijd. Waar jij ging, probeerde ik te zijn. Ik zag je bezig. Ik was vaak naast jou. Wij waren graag samen. Maar ik vroeg me in stilte af wanneer er tijd zou zijn voor jou en mij samen. Zonder alle andere meisjes met wie je je amuseerde. Later vroeg ik het jou. Wanneer er tijd zou zijn voor jou en mij samen. Zonder alle andere meisjes met wie je je amuseerde. Je antwoord hield het midden tussen de wens met me te trouwen en de gedachte alleen te moeten zijn. Ergens toen moet iets zich in mij hebben vastgezet. De gedachte dat ik alleen zou kunnen leven. Altijd. Dat wie er ook was en  met wie ik ook leven zou, er altijd een plek was om naar terug te keren. Bij mijzelf. Nog steeds volg ik mensen. Kijk ik hoe ze bezig zijn. Ben ik naast ze. Graag met ze samen. Maar ik ben even graag met mijzelf alleen. Niemand heeft het me ooit gevraagd, na jou. En ik heb het later nooit meer iemand gevraagd. Nooit.