Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Sterk.

Het ontbijt was nog niet halverwege, of het eerste kado van deze dag viel me ten deel. De poes bracht het binnen. In haar bek. De jonge koolmees hing -de vleugels gespreid- als een vreemde baard uit de bek van mijn zwart-witte roofdier. In een reflex stond ik op, net als alle andere keren dat de poes een prooi naar binnen bracht. Met één hand pakte ik het zwarte poezen-nekvel, met de ander omsloot ik de bek met daarin het kleine vogeltje. De poes liet los. Tegen mijn vingers sloeg plotseling een kleine hartslag als razend. Ik  liep door naar de voordeur, naar beneden, naar buiten. Pas daar liet ik dat zachte warme los dat tussen mijn hand geklemd had gezeten. Een klein, volmaakt geel-blauw bolletje keek me verontwaardigd aan met oogjes als glas. Het snaveltje ging open en dicht,  een schril geschreeuw sneed door de ochtendlucht. Een van de vleugels hing wat scheef langs het lijfje. Ik duwde het babyvogeltje wat verder onder een struik. En vervolgde boven mijn o...

Levend.

Het was een stille ochtend. De zon liet zich niet zien, de regen evenmin. Toch hing er een benauwde damp over stad. Er was een afwezigheid van alles: van haast, van hectiek, van gezelschap. In mijn auto zette ik de muziek aan. Ik dacht aan haar en zette in een impuls de radio uit. Ik dacht opnieuw aan haar en zet de radio weer aan. Op de plaats van bestemming pakte ik kaars en lucifers en liep door de straat die vernoemd is naar een edelsteen die ‘hoop’ symboliseert. Ik vond het ironisch. Langs de graven van de op de Waalsdorpervlakte gefusilleerden, liep ik naar haar graf. De bloemstukken van twee weken geleden lagen er nog; schokkend verwelkt, dor en verlept. Nergens doet de afwezigheid van leven zich zo gelden als op een kerkhof. Ik keek naar het koperen bordje aan de rand van het graf. Ik las haar naam, zag haar geboortedag staan. Daarnaast haar sterfdatum. De kaars zette ik naast degene die ik anderhalve week geleden plaatste. De eerste lucifer brak af. Met de tweede ontstak ik ...

Droom

Ondanks het feit dat ik in het verleden als tv-redacteur werkte bij Sky High Tv, een adept van de EO, kan ik mijzelf geen christen noemen. Laat staan een praktiserend katholiek. Toch droomde ik twaalf dagen geleden een droom waarin niemand minder dan Jezus Christus voor kwam. In de zeer profane gedaante van een varken, dat dan weer wel. Omdat ik na het wakker worden aantekeningen maakte van zoveel bizars, vond ik deze droom vandaag terug tussen paperassen op tafel. Dit is wat ik droomde, zo staat genoteerd: 'Een varken met twee zakken aan zich gebonden rent druk heen en weer door een mensenmassa. Op mijn vraag wat hij aan ’t doen is, zegt hij: ‘Some people call me Jesus Christ, others call me the mailman’. Het varken brengt post rond via de tassen aan de mensen in de menigte’. Niet alleen droom ik dus in het Engels. En spreek ik in mijn droom met dieren. Ook ben ik kennelijk goed in metafoor-dromen. JC himself als postbezorger. De boodschapper. In de gedaante van een varken. Symb...

Grillaas in de Apenheul.

De Apenheul was gezellig druk. Vlak na de ingang waren er meer loslopende doodshoofdaapjes dan mensen. Na een mooie ochtendwandeling door het bos, het op de arm nemen van een schattige maar sterk riekende doodshoofd-aap en het verorberen van de lunch, was het tijd voor de gorilla’s. We waren net op tijd. Beneden aan de overvolle tribune, vlak voor de gracht die mens van aap onderscheiden moest, stonden twee verzorgsters. Gekleed in een Apenheulgroen-shirt, en uitgerust met een headset zodat elk woord luid en duidelijk hoorbaar was zelfs bovenin, vertelden zij over de groep apen  die gewillig plaats had genomen tegenover de tribune voor dit dagelijks terugkerende ritueel. Voedertijd was het. En  gelukkig konden beide verzorgsters uitstekend multi-tasken . Zo kon de een uitleg geven, grapjes maken en fruit en groente gooien over de gracht richting gorillas. Terwijl de ander vergeefs met de afstandsbediening poogde het verhaal van de een gelijk te laten lopen met een f...

Zij van haar.

Op het schaduwrijke terras zat eerst een man met maar één been. Hij rookte zware shag en dronk biertjes. En op zijn onderarm prijkte een tatoeage van een anker. Zelf getekend, zo te zien. Nu en dan sprak hij kort met de serveerster. Verder keek hij, net als ik, naar het winkelend publiek dat op deze warme aprildag langs paradeerde. Toen hij vertrok, zetten twee vrouwen zich aan de tafel naast mij. De een blond, elegant en petite , de ander bruinharig, groot en wat hoekig. De laatste luisterde, de eerste sprak. Aan één stuk door. Zo vernam ik over de staat van haar huwelijk( relatietherapie waaruit haar echtgenoot had willen opstappen ), de plannen voor de meivakantie( toch maar een huisje in Zeeland, want dan zijn we er gewoon in ieder geval maar even uit ), de wijze waarop haar schoonouders haar man hadden opgevoed ( hij heeft het gewoon nooit geléérd) . Over haar kinderen ( hij doet er nooit iets mee ), het huishouden( hij ziet niet wat er allemaal gedaan moet worden ) en ...

Winston.

Ik dacht dat ik Winston zag. Daarnet, vanuit de auto gezien, leek hij het wel degelijk. Een lange Surinaamse man, slank op het magere af. Als een foto sprong zijn beeltenis van bijna dertig jaar geleden op me af. Daar stond hij, zoals toen, in de studentenkamer van een van mijn beste vriendinnen. Van wie hij het vriendje was. Een zwart honkbalpetje op, een klein verzorgd snorretje op de bovenlip. Zwart baseball jack aan met rode letters. Een spijkerbroek. Waar Winston was, was de geur van zoete aftershave. Was een grote brede lach met witte tanden. Waren ogen die zich tot spleetjes knepen, geamuseerd, monsterend soms. En waar Winston was, was trouble . Er waren wapens. Andere vrouwen. Een kind. Later nog een kind. Er waren joints. Later nog meer joints. Van dichtbij zag ik wat Winston meebracht in het leven van mijn vriendin. Een grote liefde. En steeds een brekend hart. Toen ze het uitmaakte, ging het bergafwaarts. In de jaren negentig al woonde Winston op stra...

J.C.

Meisje M. kwam thuis van school. Op mijn vraag wat ze bij geschiedenis hadden geleerd, startte ze een uiteenzetting die zo begon: ‘We hebben geleerd over die man, hij heette iets van Jezus ……en met zijn achternaam iets van Kris, …of Kriftel of zo. En ervoor en erna hem is van alles gebeurd’. Nooit in mijn leven kreeg ik de wereldgeschiedenis en die van de Bijbel zo kort en bondig uitgelegd. Ik vulde aan met een korte uiteenzetting wie Jezus Christus was en dat er zelfs een heel dik boek over hem was geschreven. Meteen daarna volgde de million dollar vraag van Meisje M.: ‘Maar hoe is dan de aarde ontstaan en de wereld?’ Dominee Gremdaat had het niet beter uit kunnen leggen dan ik. In een notendop legde ik de oerknal uit en de discussie die al eeuwen loopt tussen de mensen die geloven dat God de aarde heeft gemaakt, en zij die geloven in de evolutietheorie. Ik was best trots op mijzelf. Maar aan de overkant van de tafel leek alles het ene oor in en het andere oor uit te gaan...