Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Excuus.

      Gister maakte een vriend van mij een fout. Vlak erna liet hij weten spijt te hebben van zijn woorden. En daden. Zei zich rot te voelen. Hij vroeg me of we even konden bellen. Ik liet weten er even niet over te willen praten, die dag. Maar wel de dag erna. Vanmorgen belde hij mij, zoals gister afgesproken. Hij maakte onmiddellijk nogmaals excuus voor wat hij gister deed. Ik zei dat ik begrip had voor zijn keuze. En liet de verantwoordelijkheid daarvoor verder bij hem.  Maar vroeg hem ook wat het zo comfortabel had gemaakt mij te kwetsen. Wat, aan mij, het zo eenvoudig had gemaakt dit te doen. Omdat ik niet de indruk had dat iets in mij hem had toegestaan of zelfs uitgenodigd te kwetsen. Of zo achteloos met mij om te gaan. Het was een oprechte vraag. Opnieuw kwam er excuus. En een gesprek waarin wederzijds werd geluisterd. Nog nooit heeft iemand zo eloquent sorry tegen mij gezegd. Na een menselijke fout, die gewoonweg gebeuren kan in een ...

Breken.

De nonchalance waarmee. De onoplettendheid van het al. De apathische desinteresse waarmee koelte je toe waait. Hoe schouderophalend. En onbekommerd. Hoe koud die zuigende wind. En ooghoek-observerende. Hoe stiekem-proberende oogluikend-toegestane. De lusteloze onverschilligheid. De tijd, die het kind geroofd heeft. Het breken van alles wat was. Hoe luid de scherven. En hoe onhoorbaar de oorverdovende onachtzaamheid.  

Zweer.

En weer huilen we allemaal krokodillentranen. Nu over een tot mogelijk de dood erop volgt zwaar mishandeld pleegmeisje van tien jaar oud. Waarvan buren, de biologische moeder, school en andere omstanders al lang wisten hoe ernstig de situatie was in het pleeggezin waarin zij leefde. Toeschouwers, die allemaal melding deden. Bij Veilig Thuis uiteraard. En ongetwijfeld bij Save, die gaat over pleegzorg in ons land. Waarschijnlijk meldde men alles ook bij de politie. Niemand greep in. Vorige week is dit meisje uit het pleeggezin gehaald. Ze is nog steeds buiten bewustzijn en ligt in het ziekenhuis. Een de weerzin wekkende zaak is het. Waar nu maar liefst twintig rechercheurs op gezet zijn.  Ineens is iedereen wakker, vol afschuw en bereid. Hoogste prioriteit. De onderste steen moet boven. Maar het is een farce. Want als je de krant een beetje bijhoudt, lees je dat het laatste decennium duidelijk wordt dat Nederland geen welvaartsstaat is. En zelfs geen democratie. Er zijn enorme misst...

Armen.

Op een diepdonkere maandagochtend waarop de zon toch uitbundig scheen, had ik wat tijd stuk te slaan tussen de ene en de andere afspraak. In het woonwarenhuis zocht ik op de gordijnafdeling vergeefs -zoals zo vaak deze maanden- naar de juiste maat vouwgordijnen. Een vrouw passeerde mij, met aan haar hand het schattigste kleine meisje ooit. Het peutertje droeg een zwart-rode thobe met een bijpassende hoofdband, tatreez geborduurd. We glimlachten naar elkaar, de moeder en ik, toen we plaats maakten in het smalle gangpad. In het ogenblik dat we elkaar passeerden nam ik een zware beenhandicap waar bij de vrouw. Het meisje   keek vanaf de vloer naar mij omhoog met diepdonkerbruine ogen die omrand waren door de langste wimpers die ik ooit zag. Bij de gordijnen vergeleek ik rij na rij met opnieuw al die verkeerde maten en prijzen. En wilde me omdraaien om naar beneden te gaan, toen ik achter mij zachtjes ‘mevrouw’ hoorde. Ik keek om. Daar stond ze, zwaar ov...

Onmacht.

  Dit is Vincent Hoffmans. Op 6 september 1944 werd hij voor een Duits vuurpeloton in Waalwijk gezet. Samen met zijn broertje Joop en de burgemeester van hun dorp. Hij was vijfentwintig jaar oud. Als door een Godswonder overleefde Vincent de fusillade. De kogels die een van de SS-ers op hem afvuurde van zes meter afstand, troffen zijn rechterarm en doorboorden een long. Het genadeschot dat moest volgen miste doel. De bij de executie aanwezige pastoor zag dat Vincent zijn hoofd ophief. Deze pastoor wist de Duitse militairen meteen na de executie mee te tronen naar het Raadhuisplein. De zwaargewonde Vincent wist daardoor ongezien naar de Winterdijk achter de fusillade-plek te strompelen. Daar wilde hij over een sloot springen. Dat lukte niet: hij bleef in het prikkeldaad hangen en verloor het bewustzijn. Via het Rode Kruis en met behulp van enkele burgers werd hij naar het ziekenhuis in Den Bosch gebracht, een helletocht waarbij de auto viermaal werd aangehouden. I...

Blijkens.

  Twee frisse meisjes belden aan. De een donkerharig, de ander asblond. Goed gekleed. Goed gekapt. Neutraal van look. Een dikke sjaal om de nek omdat de lente nog steeds geen aanstalten maakte en het soms plotseling goot van de regen. Toornige buien, met hagel en een koude wind. ‘Goedemorgen’ schalde een van de meisjesstemmen het trapgat in. Ik groette terug. Nog zag ik het niet. ‘Wij komen om u een boodschap van blijdschap te brengen’ sprak de donkerharige, opkijkend naar mijn gestalte bovenaan de trap. Het was of een onzichtbare sluier, die tot zojuist tussen haar en mij had gehangen, plotseling werd weggetrokken. Jehova’s Getuigen, klonk het zonder geluid in blokletters in mijn hoofd. ‘Oké’ aarzelde ik een seconde. ‘Wij komen de boodschap van God brengen en zouden graag met u over de Bijbel willen spreken...’ Ik onderbrak vriendelijk maar vastberaden. ‘Nee, dankjewel’ zei ik, ‘ik heb daar geen tijd voor en eigenlijk ook geen zin in. Maar ik wens julli...

Prooi.

  Hij glimlachte altijd naar me. En niet alleen naar mij. De betoverende, brede lach kwam op zodra je hem in de ogen keek. Een niet onknap gezicht. Een goed gebouwd lichaam. Lessen leerde hij je. Tenminste, dat dacht hij. Zo sprak hij je toe. Van net iets boven jou, leek hij je altijd te willen over-toepen. Met kennis. Informatie. Vermeende kunde. Met de taal van de onnadrukkelijke machtszoeker. Die lichaamstaal. De lachtaal. Taal. Maar de ogen. Die spraken met een andere tong . Als je goed oplette, dan gleden ze vorsend over je heen wanneer je even niet met hem sprak. Als je heel je wezen op voelen zette , kon je die donkerbruine ogen gewaarworden die over je heen gleden. Koud als bevroren water. Onaangedaan maar nieuwsgierig zoog hij je naar zich toe.  Hij checkte je. Controleerde of jij de geringste beweging, weg van het centrum, zou maken. Dat hete, koude brandpunt van zijn wrede geest. Wegstappen uit de schaduw van zijn hardvochtige koninkri...