Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Bewapend.

Toen bankovervallers Bonnie en Clyde in de jaren dertig van de vorige eeuw de staat Louisiana onveilig maakten, hadden ze nooit kunnen bevroeden dat in 2019 hun naamgenoten de Utrechtse orthodontiepraktijk zouden binnenlopen. Het enige waarin 21e Eeuwse Bonnie en Clyde vanmiddag deden denken aan het illustere duo dat in 1934 werd doodgeschoten, was dat de Utrechtse variant niet tot de tanden gewapend was. Maar tot de tanden bewapend. Met orthodontisch staal. De zwaar beb eugelde zus en broer werden omgeroepen in de wachtkamer. En liepen met hun tien en twaalf jaar oude hangende schouders ieder naar een behandelstoel. Niets aan hen deed denken aan het criminele duo van lang geleden. Ook de moeder van de hedendaagse Bonnie en Clyde straalde in niets uit wat ze mogelijk bedoeld had te zeggen toen ze haar kinderen na de geboorte hun beladen namen gaf. Haar knalroze enkellaarsjes waren weliswaar crimineel lelijk. Maar de rest van haar voorkomen -rond, volks en vrie...

Cocciante.

Nog voor Marco Borsato was uitgevonden, had ItaliĆ« Riccardo Cocciante al. Deze zanger met het hese stemgeluid werd in 1946 geboren in Frankrijk, verhuisde op zijn elfde naar Rome en ontwikkelde zich daar als autodidact tot een van de succesvolste zangers in het Italiaanse taalgebied. Niet gehinderd door zijn uiterlijk -dat het midden houdt tussen Dennie Christian en een van de kleurrijke figuranten uit The Lord Of the Rings- zong Cocciante inmiddels bijna 40 albums vol m et voornamelijk prachtige ballads. Zijn bekendste plaat is ‘Sincerita’ uit 1983, waarmee hij internationaal doorbrak. Toen mijn vriendin K. voor weekblad V. begin jaren negentig als journaliste de voor mij jaloersmakende kans kreeg de zanger te interviewen, deed ze mij daarna even minutieus als bruut verslag van de ontmoeting. Cocciante was toen bijna even oud als ik nu ben. ‘Hij kwam tot hier’ begon K. twintig jaar geleden haar betoog. Ze wees net iets boven haar heupbot. ‘En hij droeg enkellaarz...

Engel.

Ook haar stem was onvast. Daardoor viel ze op. Daarom keek ik naar haar. Ze rekende af bij een belendende kassa. Haar ene hand lag als een klein gekrompen vogelklauwtje tegen haar zij gekruld. Met de andere hand legde ze haar spulletjes op de rolband richting kassa. Daarna pakte ze een beige leren beursje met een knipsluiting. Met haar gezonde hand maakte ze die open en selecteerde ze geld op de toonbank voor de cassiere. Haar haar was een onbestemde kleur tussen blond en witgrijs. Ze was niet groot en ik schatte haar leeftijd op rond de zestig. Ze leek op een veel oudere versie van de cherubijn uit het schilderij van Giovanni Bellini. Een soort engel. Maar dan eentje die een keer heel erg gevallen moest zijn. Haar wenkbrauwen waren ongerijmd boze getekende zwarte strepen in een rond, vriendelijke gezicht dat gespannen stond. Ik kende die gespannenheid. Het was de rusteloze nervositeit die hoort bij een leven waarin de kleinste handelingen enorme fysieke inspanning vergen. Haar bewe...

Verderf.

Op de zomerdag dat, zoals later bleek, een wereldster van formaat gestorven zou blijken te zijn, kwam ik in een rolstoel op De Meir in Antwerpen uit een winkel. Ik reed die zonovergoten middag naar het kleine Meisje M. dat op een bankje zat .En diepte uit mijn tas een bakje druifjes voor haar op. Ik bekeek de man die op de straatbank naast haar zat. En hij bekeek mij. Op hetzelfde moment herkenden wij elkaar. 1992, de stad U. uitgaansgelegenheid A. Verrast begroetten wij elkaar, bekeken wij onze wederzijdse gezinnen. We spraken over A., waar we elkaar zo vaak hadden gezien. ‘Ik herken je zó, uit duizenden! ‘ zei hij tot mijn verbazing, Alsof er geen twintig jaar verstreken was, alsof mijn haar, mijn gezicht, mijn lijf niet verderop in de tijd waren geraakt Geschrokken wees hij op mijn rolstoel. ‘Wat is er gebeurd?’ vroeg hij bezorgd. Ik wist niet hoe ik het verhaal moest samenvatten. Daarom wees ik slechts op meisje M., die met grote hamsterwangen alle druifjes aan...

Kerst.

Op de Eerste Kerstdag van 2011 liep ik met meisje M. aan de hand door de deur van de gesloten afdeling. Het rook, zoals gewoonlijk op de geriatrische afdeling, om half tien ’s ochtends al naar gebakken trapleuning en doorgestoofde, zoute runderbouillon. Mijn moeder zat in de huiskamer. In een leunstoel, naast een vrolijk opgetuigde kerstboom. Meisje M. ontving de complimenten over haar met grote-mensen pailletten versierde kerstjurk. Haar moeder viel ook in de smaak. ‘Het is feest vandaag, mama’ zei ik, mijn eigen kind tegen me aangedrukt.’Het is vandaag Kerstmis’. ‘Oh’ zijn mijn moeder ongeinteresseerd en ze keek met afgrijzen naar de forse vrouw die aan het hoofd van de tafel in haar rolstoel zat en uit wiens mond we al maanden niets anders hoorden dan een monotoon: ‘ZĆŗster!’. Ik nam mijn moeder en meisje M. mee naar de kamer van mijn moeder. Meisje M. hield de gele speelgoed-teckel, zojuist naast het aquarium gevonden, stevig tegen zich aangedrukt. Mijn moeder l...

Vergeten

 (geschreven in 2011) Ik gaf een koekje aan de vrouw die naast mijn moeder zat op de afdeling voor geriatrische patiĆ«nten. Meisje M. hield zich stevig vast aan de achterkant van mijn jurk. De vrouw pakte het koekje en wees op haar mond waarin geen tand te bekennen was. ‘Ik heb geen tanden meer’ sprak ze hees. Ik wees op haar koffie en zei: ‘Wat als we uw koekje nou eens in uw koffie dopen, is dat een idee?’ Dat was een goed plan. Samen doopten we het koekje in de koffie. Die ik vervolgens slok voor slok aan haar voerde, omdat haar handen zo erg trilden dat ze geen beker zou kunnen vasthouden. Ik pakte haar handen, die net als die van mijn moeder opmerkelijk zacht en warm waren, even in de mijne. Ze leek een Indische achtergrond te hebben. Ik vroeg haar naar haar land van herkomst. IndonesiĆ«. Rechtstreeks vroeg ik het haar. Ja. Ze had als kind met haar moeder in een Jappenkamp gezeten. ‘Ze hebben mijn moeder elke keer weer bijna dood geslagen. En elke keer net nie...

Gedogen.

Meisje M. gaat naar school nabij het centrum van Utrecht. In de Laan van Puntenburg staat haar basisschool. Het is een eenrichtingsstraat, direct achter het Moreelsepark. De talloze parkeervakken aan de ene zijde van deze straat worden ’s morgens tussen 08.15 en 08.35 uur veel gebruikt door ouders die hun kinderen per auto naar school brengen. ’s Middags is er weer even een parkeerpiek tussen 14.40 en 15.05 wanneer de school om kwart voor drie uitgaat. Op andere tijden wordt er niet veel geparkeerd. Nagenoeg alle belendende bedrijven hebben een eigen parkeerterrein-of garage. In principe is de Laan van Puntenburg dan uitgestorven voor parkerend verkeer. Minder dan 20% van de parkeerplekken is dagelijks bezet. Behalve dus in voornoemde korte piekmomenten. Voor Parkeerbeheer valt er dus weinig eer te behalen aan het handhaven op parkeren in de Laan van Puntenburg. Het is immers een dood stukje stad waar weinig mensen wat te zoeken hebben. En parkeren doe je als automobilis...