Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Droom

Ondanks het feit dat ik in het verleden als tv-redacteur werkte bij Sky High Tv, een adept van de EO, kan ik mijzelf geen christen noemen. Laat staan een praktiserend katholiek. Toch droomde ik twaalf dagen geleden een droom waarin niemand minder dan Jezus Christus voor kwam. In de zeer profane gedaante van een varken, dat dan weer wel. Omdat ik na het wakker worden aantekeningen maakte van zoveel bizars, vond ik deze droom vandaag terug tussen paperassen op tafel. Dit is wat ik droomde, zo staat genoteerd: 'Een varken met twee zakken aan zich gebonden rent druk heen en weer door een mensenmassa. Op mijn vraag wat hij aan ’t doen is, zegt hij: ‘Some people call me Jesus Christ, others call me the mailman’. Het varken brengt post rond via de tassen aan de mensen in de menigte’. Niet alleen droom ik dus in het Engels. En spreek ik in mijn droom met dieren. Ook ben ik kennelijk goed in metafoor-dromen. JC himself als postbezorger. De boodschapper. In de gedaante van een varken. Symb...

Grillaas in de Apenheul.

De Apenheul was gezellig druk. Vlak na de ingang waren er meer loslopende doodshoofdaapjes dan mensen. Na een mooie ochtendwandeling door het bos, het op de arm nemen van een schattige maar sterk riekende doodshoofd-aap en het verorberen van de lunch, was het tijd voor de gorilla’s. We waren net op tijd. Beneden aan de overvolle tribune, vlak voor de gracht die mens van aap onderscheiden moest, stonden twee verzorgsters. Gekleed in een Apenheulgroen-shirt, en uitgerust met een headset zodat elk woord luid en duidelijk hoorbaar was zelfs bovenin, vertelden zij over de groep apen  die gewillig plaats had genomen tegenover de tribune voor dit dagelijks terugkerende ritueel. Voedertijd was het. En  gelukkig konden beide verzorgsters uitstekend multi-tasken . Zo kon de een uitleg geven, grapjes maken en fruit en groente gooien over de gracht richting gorillas. Terwijl de ander vergeefs met de afstandsbediening poogde het verhaal van de een gelijk te laten lopen met een f...

Zij van haar.

Op het schaduwrijke terras zat eerst een man met maar één been. Hij rookte zware shag en dronk biertjes. En op zijn onderarm prijkte een tatoeage van een anker. Zelf getekend, zo te zien. Nu en dan sprak hij kort met de serveerster. Verder keek hij, net als ik, naar het winkelend publiek dat op deze warme aprildag langs paradeerde. Toen hij vertrok, zetten twee vrouwen zich aan de tafel naast mij. De een blond, elegant en petite , de ander bruinharig, groot en wat hoekig. De laatste luisterde, de eerste sprak. Aan één stuk door. Zo vernam ik over de staat van haar huwelijk( relatietherapie waaruit haar echtgenoot had willen opstappen ), de plannen voor de meivakantie( toch maar een huisje in Zeeland, want dan zijn we er gewoon in ieder geval maar even uit ), de wijze waarop haar schoonouders haar man hadden opgevoed ( hij heeft het gewoon nooit geléérd) . Over haar kinderen ( hij doet er nooit iets mee ), het huishouden( hij ziet niet wat er allemaal gedaan moet worden ) en ...

Winston.

Ik dacht dat ik Winston zag. Daarnet, vanuit de auto gezien, leek hij het wel degelijk. Een lange Surinaamse man, slank op het magere af. Als een foto sprong zijn beeltenis van bijna dertig jaar geleden op me af. Daar stond hij, zoals toen, in de studentenkamer van een van mijn beste vriendinnen. Van wie hij het vriendje was. Een zwart honkbalpetje op, een klein verzorgd snorretje op de bovenlip. Zwart baseball jack aan met rode letters. Een spijkerbroek. Waar Winston was, was de geur van zoete aftershave. Was een grote brede lach met witte tanden. Waren ogen die zich tot spleetjes knepen, geamuseerd, monsterend soms. En waar Winston was, was trouble . Er waren wapens. Andere vrouwen. Een kind. Later nog een kind. Er waren joints. Later nog meer joints. Van dichtbij zag ik wat Winston meebracht in het leven van mijn vriendin. Een grote liefde. En steeds een brekend hart. Toen ze het uitmaakte, ging het bergafwaarts. In de jaren negentig al woonde Winston op stra...

J.C.

Meisje M. kwam thuis van school. Op mijn vraag wat ze bij geschiedenis hadden geleerd, startte ze een uiteenzetting die zo begon: ‘We hebben geleerd over die man, hij heette iets van Jezus ……en met zijn achternaam iets van Kris, …of Kriftel of zo. En ervoor en erna hem is van alles gebeurd’. Nooit in mijn leven kreeg ik de wereldgeschiedenis en die van de Bijbel zo kort en bondig uitgelegd. Ik vulde aan met een korte uiteenzetting wie Jezus Christus was en dat er zelfs een heel dik boek over hem was geschreven. Meteen daarna volgde de million dollar vraag van Meisje M.: ‘Maar hoe is dan de aarde ontstaan en de wereld?’ Dominee Gremdaat had het niet beter uit kunnen leggen dan ik. In een notendop legde ik de oerknal uit en de discussie die al eeuwen loopt tussen de mensen die geloven dat God de aarde heeft gemaakt, en zij die geloven in de evolutietheorie. Ik was best trots op mijzelf. Maar aan de overkant van de tafel leek alles het ene oor in en het andere oor uit te gaan...

Dag, Terry.

Terry Richardson is vandaag door uitgever Condé Nast verbannen en mag niet meer als fotograaf voor ze werken.  Dat niet alleen: onderdirecteur James Woolhouse laat in een persbericht het volgende weten:  "Alle fotoklussen die gepland staan en de foto's van Richardson die nog niet zijn gepubliceerd, moeten onmiddellijk worden geannuleerd en worden vervangen door alternatief beeldmateriaal" .  De reden van dit abrupte afscheid?   Zeer waarschijnlijk het sexueel overschrijdende gedrag van de 52-jarige fotograaf.  Richardson  -ook wel de 'Amerikaanse Jimmy Saville' genoemd- is regelmatig in het recente en niet zo recente verleden bekritiseerd vanwege de wijze waarop hij vaak heel jonge modellen uit de kleren praat.  Of zullen we zeggen; uit de kleren dwingt?  Dankzij invloedrijke opdrachtgevers als uitgever Condé Nast kon Richardson zich verschuilen achter zijn prestigieuze positie als vermaard modefotograaf. En maakte foto's waar al ...

Mol.

In de auto terug, zongen we liedjes en deed Meisje M. een gangster na, getooid met mijn zonnebril en een accent waar rapper Boef trots op zou zijn. Bij een stoplicht stonden we stil. Het zien van een vrachtwagen met daarop een levensgrote afbeelding van een mol, bracht bij Meisje M. een herinnering naar boven. Lang geleden begroef ze een dode mol. Tot in de details beschreef ze zojuist deze simpele ter-aarde bestelling terwijl het verkeer om ons heen suisde. Toen de mini-begrafenis destijds ten einde was, had ze iets gedaan. Ze omschreef het zo: ’En toen , mama, heb ik geboden naar de wolken. Niet hardop maar in mijn hoofd. Ik zei:’Dag mol. Ik hoop dat je een fijn leven hebt gehad. En ik hoop dat je een fijne dood hebt’. ‘Ja’ zei ik, terwijl mijn hand op haar warme hoofdje rustte. ‘Dat heb je prachtig gezegd. Zo is het precies. Als een mens of een dier dood is, dan wens je hem dat zijn leven fijn was. Maar ook dat het na de dood fijn is’. We reden verder, ze rapte en grapte. ...