Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Vloek.

Meisje M. zit in groep drie. Een gegeven waarop ze bijzonder trots is. Tegenover haar zit K., een jongen van dik zes jaar. K. is de Bokito van de spreekwoordelijke apenrots die groep drie eigenlijk is. De jongen is vooral heel lief wanneer zijn moeder erbij is. Zijn moeder noemt zichzelf ' mammie' , derde persoon enkelvoud wanneer ze haar stoere jongen gedag kust. Als je goed oplet, zie je het daarna gebeuren. K. blaft tegen klasgenoten dat ze hun laatje dicht moeten doen. Stompt het boek van buurmeisje F. dicht. terwijl daar geen enkele reden voor is. Slaat met zijn liniaal tegen de stoel van zijn andere buurmeisje.  Ook daar is geen aanleiding toe. Daarnaast neemt K.  duizendpoten mee naar school in zijn rugtas.   'Lévende he, mama!!!' zegt Meisje M. vol bewondering. Niet alleen via zijn fysieke uitingen  is K. voor Meisje M. een mirakel. Zijn invloed doet zich tot diep in ons huishouden gelden. Het woord 'fuck' deed vorige week tijdens een kwartetspellet...

Rest.

Alles wat over is van het leven in het grote huis met jullie, past eigenlijk in een grote schoenendoos. Om precies te zijn; in de doos waar de schoenen in zaten die T. afgelopen zaterdag gekocht heeft. Mama's ketting zit erin. Papa's oude horloges. Een zilveren servetring die ik kreeg toen ik een jaar of zeven was. Een tinnen vaasje waarin mama takjes en bloemen uit de tuin tot een boeket schikte.  De gedichtenbundels van mama. Papa's oude aluminium buisjes waar kleine fotorolletjes in zaten. Jullie twee dag-missalen. De zijden bloemen die mama  droeg op een bruiloft in de jaren zestig. Een wit zijden zakboekje van haar, met een filigrein gehaakt randje. Bewaarde brieven en kaarten van jullie aan mij. Oh, er zit nog veel meer in de doos. Allemaal kleine zaken die grote herinneringen met zich meebrengen. De rest past niet in de doos, die naar vers leer en karton ruikt. Dat zit allemaal in mijn hoofd opgeslagen. Daar hoef ik niet eens meer de deksel vanaf te doen m...

Lief.

Onderweg naar de kinderboerderij kijkt Meisje M. vanaf haar fiets op naar mij, die naast haar fietst. Ze zegt: 'Ik heb iets voor jou' Verheugd zeg ik: 'Ja? Wat leuk. Zit het in je rugzak?' Meisje M., glimlachend: 'Nee, het zit bij mij van binnen'. Ik leg mijn hand even op haar hoofdje , daar beneden mij en zeg: 'Dan ben ik heel benieuwd straks!!' En dan, als we ons beider fietsen hebben gestald, komt ze op de plek van bestemming naar mij toe. Het is tijd voor hetgeen ze van binnen voor mij heeft. Zij strekt haar armen wijd, loopt met een brede lach naar me toe en geeft me een hele grote stevige omhelzing. Ik voel haar lijfje trillen, zoveel zat er van binnen. Voor mij.

Papa.

In de stilte van mijn huis kom je steeds tot mij. Niet ervaar ik je in de foto's die ik om me heen heb, waarop je te zien bent in de verschillende fases van je lange leven. Niet in het gezicht van Meisje M., dat soms stilstaat bij de vensterbank en een steen of tekening legt bij jouw en mama's foto's. Niet als ik mijn huis inkom of verlaat. In de stilte kom je tot mij. Als het daglicht 's morgens heel vroeg van de kamer een schemer-crypte maakt. Wanneer ik de tekst lees die ik schreef net na je overlijden. Als ik woorden lees in de krant die ook jij elke dag, tot twee maanden terug, op jouw tafel las. Wanneer ik wolkenluchten bekijk, de poes aai, in je huis ben en de tuin aanschouw waar jullie nooit meer zijn. Als ik denk aan wie je was. Als ik aan vaders denk en wat ze betekenen kunnen voor hun dochters. Dan ben je er. Maar vooral in de stilte kom je tot mij. De oorverdovende stilte, nu, zo net na je ontsnapping.

Dubbel.

  Raymond Carver was een Amerikaanse schrijver. Korte verhalen schreef hij. Waarin geen woord, komma, punt teveel stond. De stem die doorklonk in zijn verhalen is afgemeten en verstild. En lokt je mee, net onder de oppervlakte van het dagelijks bestaan. Daar, waar de duistere dingen die ongezegd blijven, zich roeren. Carver’s verhalen hebben een verpletterende impact. En tonen een man die extreem gevoelig moet zijn geweest. Zijn dochter Chris kent een andere Carver. ‘ We'd sit down to the dinner table’ -zegt ze in Raymond Carver: An Oral Biography door Sam Halper - 'and my dad would be drunk and he'd start egging my brother on. He'd have my brother in tears. One time he started badgering me, and I picked up a hot roller set and tossed it through the sliding glass door...’ Soms is fictie gekker dan het echte leven. Soms niet.

Ros.

Zijn vermomming was briljant.   Door de bruinlederen loafers, de wollen Pringle-trui, de rode bandplooibroek en de grijze gedistingeerde krullen, leek hij op een oogarts. Een chirurg. Een opticien, op zijn minst. Zijn vrouw verraadde hem een beetje.  Met het uiterlijk van een Roemeense huishoudster en de geslagen hondenblik van een vrouw die zich al jaren in openbare gelegenheden kapot schaamt voor haar man, kende ze haar plaats. Ze at haar soep met neergeslagen ogen.  En negeerde het publiek dat aan belendende tafeltjeshet hoofd om de beurt richting haar echtgenoot draaide. Om te kijken wat er gaande was, dat uur dat haar man   zijn maaltijd nuttigde. In de stilte die tijdens de hele voorstelling duurde, was elke op-en aanmerking die haar echtgenoot plaatste tegen de serveerster en de chef, van a tot z te volgen. Het begon ermee dat hij de wijn proefde en vervolgens om de fles vroeg.  Na hoofdschuddende bestudering van het etiket ...

Kerk.

F.vroeg me, of ik gelovig was. Dit is wat ik hem schreef: ‘Ik ben altijd graag in kerken geweest. Vanwege de stilte en de rust die daar zijn. Ik geloof zelf niet. Maar het ontroert me erg, mensen te zien die gelovig zijn. Ik weet niet waarom. Het is zo. Ik ben met meisje M.heel veel naar de kerk geweest. Vanaf haar eerste jaar. Een prachtige Rooms Katholieke Basiliek was het. En we kwamen vooral om te kijken naar het preekgestoelte daar. Dat is een -uit een Antwerpse schuilkerk afkomstige- enorme kansel van hout. Gemaakt rond 1780. Afgebeeld staat de Heilige Franciscus die tot de dieren sprak 'toen de mensen niet meer naar hem wilden luisteren'. Achter, naast en om hem heen een boom met daarin en daaronder uit hout gesneden levensgrote dieren; pauw, konijn, schaap, aap, duif. Dat preekgestoelte was een walhalla voor kleine en ook grote meisjes. Meisje M. vond het er zo heerlijk, ze wilde nooit weg. We waren daar dan helemaal alleen, op een doord...