‘Moeder van
alle mensen’ stond op het kleine handgeschilderde bordje dat in Leuven in een
boom hing. Op een vreemde hoogte. Alleen zichtbaar als je je vanaf het
Mariakapelletje, dat ervoor stond, oprichtte en naar die grote boom keek.
Ik weet nog waar ik het bordje zag.
Welke laarzen en jas ik aanhad.
Hoe de
tekst me diep raakte.
Dat ik even erna in een ziekenhuis in datzelfde België op
een operatietafel zou liggen.
Voor de allereerste
en meteen laatste IVF-poging.
Een moeder
van alle mensen.
Eentje, die mensen moeders zou maken. Toen ik dat bordje zag,
was het mijn hartstochtelijke wens dat na vijf miskramen een medische ingreep
via IVF zou leiden tot het geboren laten
worden van een levensvatbaar kind.
Ook die wens kwam niet uit.
Hoe het leven je breken kan. Dat leer je niet op school.
Dat leer je in de gangen van een Vlaamse kliniek. Of met een zojuist doodgeboren
kindje in je handen, helemaal alleen thuis.
Of op een doodgewone dinsdag waarbij je lopend op straat de miskraam onder je
hart met een klik op gang voelt komen.
Je wist het meteen.
Het was het letterlijk voelen dat het kinderhartje abrupt stopte met kloppen.
Je leert het in de eenzaamheid van de afwezigheid van troostende armen.
In het bloed
dat stromen gaat, onstelp-baar.
Je verliest een kind tot vijfmaal toe. Het lichaam wordt een mortuarium. Een sterfhuis, omhulsel van een ondode
levende.
Later besluit je tot dat kunstmatig ingrijpen door de wetenschap.
Je verlangen
naar een kind is groter dan de intense angst opnieuw een falend lichaam te
zijn. Dat alleen maar levenloze kinderen geboren doet worden.
Waarin geen adem
genoeg blijkt.
Waar piepkleine mensjes uit je schoot lijken te vallen.
Vijf na
elkaar.
‘Moeder van
alle mensen’ lees je op de dag dat maandenlange injecties in je buik je lichaam
klaar maakten voor een zwangerschap. Die wordt opgewekt met het terugzetten van
bevruchte eitjes. In België, op een doordeweekse dag. Waar je een kaars brandde
bij een Mariakapel langs de weg. Op weg naar het ziekenhuis.
Ook dit kind sterft uiteindelijk in de duisternis rond je ingewanden.
Valt in stukken uit
je.
Moeder van alle mensen.
Dat geldt duidelijk niet voor jou.
Dit leert het leven je: niet tegen de klippen op. Niet tot bloedens aan toe. Niet
uit alle macht.
Toch beval je zonder ingrepen , volledig natuurlijk, nog geen jaar later van
een prachtige baby.
Een meisje.
Ze ademt.
Is mooi, als niets daarvoor.
Het leven maakt een herstart.
En als iemand je vraagt hoeveel kinderen je hebt,
aarzel je altijd.
Zes kinderen gebaard.
Alleen de zevende bleef bij je.
Maar de anderen zijn er
wel.
Hoog in een boom hangt een handbeschilderd bordje. Wit met zwarte letters.
Moeder van alle mensen.
Ik denk er vaak aan. Dat moment dat ik dat zinnetje las. Hoe ik me voelde. Ik wist dat hoop het altijd wint van wanhoop. Dat hoe dan ook een pad zich ontvouwen zou.
Dat het leven je alles leert. Als je je maar nergens tegen verzet. Maar je ogen en oren openzet. Als je maar vergeet wat achter je ligt. Eert wat niet bij je kon blijven. En je herinnert hoe vurige wensen soms uitkomen.Soms.
Reacties
Een reactie posten